{{locationDetails}}
{{locationDetails}}
{{locationDetails}}
{{locationDetails}}
Nederland werkt aan vernieuwde kerndoelen. Voor de klas helpt scholen en aanbieders om het onderwijs al nĂş te verbinden met het nieuwe curriculumÂ
Vragen over hoe Voor de klas jullie kan ondersteunen bij de curriculumtransitie? Neem contact op →
stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin school- en vaktaal en vakspecifieke taalvaardigheden verworven kunnen worden;stimuleren van het gebruiken van rijke teksten over inhoudelijke thema’s
benoemen van kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;benoemen van inhouds- en vormelementen die misleidend zijn of vragen oproepen;vergelijkend beoordelen en selecte
weergeven van hoofd- en bijzaken, indrukken en vragen bij gelezen, bekeken of beluisterde inhoud;samenvatten van gelezen inhoud;verwoorden, onderbouwen en ordenen van gedachten, verworven inzichten en
verwoorden van kennis, ideeën en standpunten met onderbouwing;vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;luisteren naar, doorvragen op en ter discussie stellen van de ideeën en perspectieven van
ontvangen en geven van feedback;reflecteren op het proces: de gemaakte keuzes in aanpak en strategieën tijdens en na de uitvoering van een taalactiviteit;beoordelen van het product van de taalactivite
herkennen van standpunt en argumenten in teksten;herkennen van de context waarin de argumentatie plaatsvindt;verkennen van de geloofwaardigheid van de spreker of schrijver;beschrijven hoe gevoelens wo
verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen en talen in beroepscontexten;vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalv
verwoorden van persoonlijke leeservaring en -beleving na het lezen van literatuur;verwoorden van opgedane inzichten en kennis over zichzelf op basis van literatuur;verwoorden van opgedane inzichten en
beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere en hedendaagse literatuur;beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen versies van literaire teksten;beschrijven van relaties tussen
In het leergebied Nederlands worden leerlingen gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot taalcompetente burgers die kunnen deelnemen aan een geletterde samenleving, waarin mensen met verschillende talen en achtergronden samenleven. Aangezien het Standaardnederlands in Nederland de gemeenschappelijke taal is, draagt de beheersing van deze taal bij aan de kansengelijkheid van leerlingen, in hun dagelijks leven en in het onderwijs. Leerlingen ontwikkelen in het leergebied Nederlands een samenhangend geheel aan kennis, vaardigheden en houdingen op het gebied van communicatie, taal en literatuur. Binnen het domein communicatie leren leerlingen binnen betekenisvolle en authentieke situaties teksten te begrijpen, teksten te produceren en gesprekken te voeren in het Nederlands om doelgericht te communiceren, gevoelens te uiten en om te denken en te leren. Ze leren taal creatief te gebruiken en ontwikkelen inzicht en vertrouwen in zichzelf als taalleerder. Ook krijgen ze ruimte om te experimenteren met taal en op zoek te gaan naar hun eigen stijl en voorkeuren. Leerlingen leren kritisch om te gaan met informatie door bronnen te verkennen op bruikbaarheid en kwaliteit. Binnen het domein taal leren leerlingen hoe taal als systeem in elkaar zit. Ze leren om functioneel te redeneren over spelling en grammatica van het Nederlands en leren om deze kennis passend in te zetten bij het communiceren. Leerlingen ontdekken hoe je door keuzes te maken in je talige repertoire uiting geeft aan identiteit. Ze verkennen hoe taal gebruikt wordt in de maatschappij door te kijken naar taalvariatie en taalverandering. Binnen het domein literatuur doen leerlingen via een variatie aan literaire teksten uit heden en verleden ervaringen op met literatuur en cultuur. Ze leren hier betekenis aan te geven en waarde aan toe te kennen voor zichzelf en anderen. Ze breiden hiermee hun kennis en taalvaardigheid uit en verbreden hun blik op de wereld.